Als we producten zoals bijvoorbeeld groenten, fruit of vlees kopen doen we dat niet zomaar. We kijken altijd eerst of de kwaliteit goed is. Bijvoorbeeld heeft de appel geen bruine plekken of is het vlees niet snel over de datum.
De leerdoelen
Je kunt vertellen welke eisen consumenten stellen aan agrarische producten.
Je kunt twee verschillen noemen tussen agrarische producten en producten uit de fabriek.
Je kunt vijf kenmerken noemen waarop agrarische producten van elkaar kunnen verschillen.
Theorie
Lees les 1 tussen producent en consument door van hoofdstuk 2 door. (blz 26 en 27)
Opdracht
Maak de vragen die bij dit hoofdstuk horen online.
De praktijk
In deze les ga je met een mede klasgenoot een caesarsalade bereiden. Lees je recept door zodat je goed voorbereid begint aan de praktijkles. Tijdens de les maak je gebruik van een papieren recept. Deze krijg je uitgereikt door je docent.